|
Marjon Zomer laat in haar debuutbundel 'dat wel' zien dat voor haar de vraag 'waar zal ik over schrijven?' niet bestaat. Wel 'hoe zal ik het in dichtvorm gieten?'. Ze heeft grote belangstelling voor alles om haar heen. Elke aanleiding is geschikt voor een gedicht: een herinnering, een ontmoeting op straat, een bericht in de krant, een fietstocht, maar ook een blik in de spiegel. Bij al die onderwerpen staat de mens centraal, in alle fasen van het leven. De gedichten lijken moeiteloos op papier gezet. Dat typeert grote taalbeheersing. Herlezen laat zien hoe zorgvuldig gekozen is voor woordvolgorde, ritme en beeld. Ook dat achter dat beeld een ander verhaal schuil kan gaan. Dit toont aan dat Marjon Zomer kan dichten; maar schept ook verwachtingen, dat wel. |